Hoe maak je een gewone naad

zoom.jpg

Naden houden de stof bij elkaar, dus het is erg belangrijk dat je het goed doet. Er zijn verschillende soorten naden, maar hier draait het om de gewone rechte naad. Deze wordt ook het meest gebruikt bij het maken van kleding.

  • Naaimachine instellen

Stel voor je begint met stikken eerst de naaimachine goed in. Zorg voor de juiste steeklengte en draadspanning. De steeklengte hangt af van de stofsoort. Voor de meeste stoffen is een lengte van 2,5 of 3 voldoende. Voor dunne stoffen gebruik je een kortere steeklengte en voor dikkere stoffen een langere. De draadspanning hangt ook af van de stofsoort, maar ook van de steeksoort die je gebruikt. Doorgaans is een draadspanning van 5 prima.

  • Naaimachinenaald

Zorg ervoor dat je een naaimachinenaald gebruikt afgestemd op de stofsoort. Voor dunne stoffen gebruik je doorgaans een naald van nummer 60 of 70, voor dikkere stoffen doorgaans nummer 90 of 100. Voor stretchstoffen, jeans of leer gebruik je speciale naalden.

De naadlijn kun je op de stof tekenen, zodat je accuraat kunt naaien.
Werk aan de verkeerde kant van stof en stik alle naden in dezelfde
richting zodat de stof niet uit zijn vorm wordt getrokken. Dus niet de
ene naad van boven naar beneden en de andere weer andersom.

Voor het beste resultaat speld je de naden eerst vast en rijg je ze door. Hierbij leg je de stofdelen met de goede kanten op elkaar. Rijg de naad net binnen de patroonlijn, zodat je straks op de patroonlijn kan stikken en de rijgdraad gemakkelijk weer kunt verwijderen.

Wanneer je begint met de naad te naaien op de naaimachine is het belangrijk dat je eerst de de naad afhecht. Dit doe je door even aan het begin en aan het eind van de naad een stukje terug te stikken om vervolgens weer verder vooruit te stikken. De meeste machines hebben wel een achteruitknop die je eventjes ingedrukt houdt. Zorg ervoor dat je kledingstuk links van je naaimachine ligt, zodat het niet ophoopt en laat het stuk niet van de tafel hangen, want dit kan je kledingstuk uitrekken.

  • Elastische naden

Naden die elastisch moeten blijven, stik je met een smalle zigzagsteek. Je kunt makkelijk zelf controleren of je draadspanning en/of steeklengte wel goed staat. Dit doe je door een kort stukje op een proeflapje te stikken. Trek vervolgens aan de naad en als de draad breekt, is je steeklengte en/of draadspanning te strak. Het moet dan losser worden ingesteld.

Strijk de naden na het stikken, voor het mooiste resultaat. Hoe dat moet kun je hier lezen.

  • Afwerken

Tenslotte werk je de naad af. Dit doe je door de naden apart af te werken met een zigzagsteek. Gebruik hierbij voor stoffen die sterk rafelen een brede en korte steek. Voor minder sterk rafelende stoffen gebruik je een smalle en lange zigzagsteek.

Gemiddelde: 4.3 (48 stemmen)