Een beleg is de benaming voor een patroondeel waarmee je randen afwerkt. Dit beleg knip je in de vorm van de betreffende rand. Het kan dus rond, recht of hoekig van vorm zijn. Wanneer het gaat om een recht beleg, dan kan deze aangeknipt zijn. Maar het komt ook voor als apart patroondeel. Wanneer het gaat om een beleg 'op vorm' dan is het een apart patroondeel.
Het beleg wordt gemaakt van dezelfde stof als het betreffende kledingstuk. De draadrichting van het beleg moet gelijk lopen aan de draadrichting van het bijbehorende patroon. Aangeknipte beleggen knip je mee met het patroondeel, maar een los beleg knip je pas nadat het kledingstuk gepast is. Zo kun je eventuele veranderingen met gevolgen voor de rand van het kledingstuk, in het beleg meenemen.
Verstevigen
Beleg verstevig je met plakbare tussenvoering, zodat later de afgewerkte rand niet gaat uitrekken. Dit geldt zowel voor losse belegdelen als voor aangeknipte belegdelen. Hiervoor knip je het patroondeel van het beleg uit de plakbare tussenvoering, met rondom een halve centimeter naad.
Beleg aanstikken
Het beleg leg je met de goede kant op de goede kant van het bijbehorende pand en speld het vast. Let er goed op dat je de naden en de pastekens precies op elkaar legt. Rijg en stik vervolgens het beleg op het pand. Je rijgt aan de kant van het beleg, maar stikt aan de kant van het pand.
Dan kun je het beleg naar binnen vouwen, maar voordat je dat doet moet je de naden ongelijk afknippen. Dat wil zeggen: de naden van het beleg knip je op 3/4 cm en de naden van het pand op één cm. Strijk de naden open.