Om voor jezelf of voor degene voor wie je iets gaat maken de juiste maat te kunnen bepalen, moet je natuurlijk goed meten. Maar hoe meet je eigenlijk goed? Jurken, blousjes en jasjes kies je over het algemeen naar aanleiding van de bovenwijdte. Bij rokken en broeken naar aanleiding van de heupwijdte. Het is noodzakelijk om zorgvuldig te meten.
De volgorde van meten:
Bovenwijdte
Op borsthoogte, omtrek
Taillewijdte
Onder je navel, omtrek
Heupwijdte
Ongeveer halverwege je billen, omtrek
Borstdiepte
Van schouder tot borsthoogte
Taillelengte voor
Van borsthoogte tot je taille
Ruglengte
Van je hals tot je taille
Schouderbreedte
Van je hals tot dichtsbijzijnde schouder
Mouwlengte
Van schouder tot pols
Wijdte Bovenarm
Omtrek van je bovenarm
Halswijdte
Omtrek van je hals
Lichaamslengte
Top tot teen
Vergelijk vervolgens je maten met de maattabellen (hierbij gaat het om de Burda maattabellen), deze vind je in de bijlagen van dit artikel. De maten die het dichtst bij jouw eigen bovenwijdte of heupwijdte liggen (ligt eraan wat je gaat maken, zie inleiding), is je patroonmaat. Het is het slimst om al je maten op te schrijven en per maat te kijken hoeveel verschil er is met de patroonmaat. Werk met plussen en minnen, zodat je bij nodige veranderingen aan het patroon direct weet of het wijder of nauwer moet worden.