Het knippen van stof klinkt als een makkelijk klusje; het is ook niet moeilijk, maar er zijn wel een aantal zaken waar je rekening mee moet houden. Waar je op moet letten kun je hieronder vinden.
Zorg ervoor dat je voordat je je patroon op de stof legt, heel goed controleert of de stof in goede staat verkeert. Het zou erg jammer zijn als er afdrukfoutjes of vlekjes op je kledingstuk blijken te zitten naderhand terwijl je dit makkelijk had kunnen voorkomen.
Algemene richtlijn: Voordat je de patroondelen op stof legt, vouw je de stof dubbel met de goede kant van de stof naar binnen en de zelfkanten op elkaar.
Is de stof gekreukt? Strijk deze dan eerst even voordat je het patroon erop legt. Ook is het slim om wasbare stoffen voor je ermee aan de slag gaat te wassen, aangezien de stoffen nog wel eens willen krimpen tijdens de was. Zo voorkom je dat je uiteindelijke creatie niet gaat krimpen!
Bepaal vervolgens naar welke kant de stof moet liggen, wanneer je een stof met een vleug gebruikt (bijvoorbeeld fluweel).
De stof leg je, wanneer je gaat knippen, op een vlakke en schone ondergrond en alle knipbenodigdheden heb je voor je eigen gemak binnen handbereik.
Bij stoffen met een vleug
Om het effect te kunnen krijgen wat jij wil bereiken, bepaal je in welke richting je de stof wil knippen. Stoffen met een korte vleug als bijvoorbeeld corduroy, worden doorgaans met de vleug naar boven geknipt.
Stoffen met een lange vleug, als bijvoorbeeld nepbont, wordt doorgaans met het bont naar beneden gericht geknipt.
Stoffen met een opdruk
Opdrukken die in één richting lopen, als bijvoorbeeld bloemetjespatronen, moeten allemaal in dezelfde richting geknipt worden. Anders riskeer je dat er bloemetjes op hun kop komen. Leg daarom dus alle patroondelen in dezelfde richting op de stof.
Stoffen met een ruitpatroon
Zorg dat de ruiten in de naden van het voor -en achterpand op elkaar aansluiten. Dit geldt ook voor de sluiting of naden middenvoor of middenachter in het kledingstuk.
Naden en zomen
Geef voor het knippen met een kleermakerskrijt of potlood aan hoeveel naadtoegift je om het patroon moet knippen. Over het algemeen gelden de volgende richtlijnen:
- Bij ronde naden en belegranden 1 cm.
- Bij de armsgaten onderin 1 cm. overlopend naar 2,5 cm. in de schouderkop en 2 cm. bij de mouwkop
- Overige naden ongeveer 2 cm. 4-6 cm. bij de zomen