
Meestal gebruiken knippatronen internationale maataanduidingen en dezelfde patroonmarkeringen. Wanneer je een knippatroon koopt, krijg je er een stap voor stap instructie bij voor het knippen en maken. Verder vind je op de envelop ook advies over de stof die je het beste kan gebruiken, de vaardigheden die je moet hebben wil je het kunnen maken en afmetingen voor elke maat. Verder krijg je informatie over de hoeveeheid stof die je nodig hebt en of het stof met of zonder vleug moet zijn.
Patroonmaten
Patroonmaten komen niet altijd overeen met je gebruikelijke kledingmaten. Ga uit van je bovenwijdte wanneer je bovenstukken maakt en van je heupwijdte voor broeken etc. Het kan dus zijn, dat je boven een andere maat hebt dan onder. Wil je weten hoe je dit moet meten, lees dan "De juiste patroonmaat bepalen". Tevens zijn patronen ingedeeld naar figuur. De gemiddelde vrouw wordt aangeduid met "mevrouw" waarbij de lengte ligt tussen de 1.65-1.68m met een cupgrootte B. Zo zijn er nog andere figuren als bijvoorbeeld XL. Voor kinderen worden de maten ingedeeld naar leeftijd, met de daarbij behorende gemiddelde maten.
Naadtoeslag
Bij de meeste patronen wordt de naadtoeslag wel meegerekend, maar wanneer je met patronen werkt waarop meerdere maten worden weergegeven niet. Dit komt, omdat wanneer men dat wel zou doen, het een onduidelijke boel zou worden. Wanneer je dus met zo'n patroon werkt, moet je wel extra ruimte inrekenen voor deze naadtoeslag. Voor een jurk is de naadtoeslag gemiddeld 15 mm en voor andere patronen geldt 6 mm.
Inkepingen, ronde markeringen, stippellijnen
In de kniplijn zie je op sommige plaatsen driehoekige markeringen staan. Driehoekige markeringen zijn om patroondelen aan elkaar aan te sluiten als bijvoorbeeld kragen, armsgaten etc. Ronde markeringen worden gebruikt om figuurnaden, zakken, beleg en ritssluitingen aan te geven. Stippellijnen geven de plaatsen weer van plooien en knoopsgaten. De richting voor de plooien wordt soms weergegeven met pijltjes.
